Hortamuseum

Inleiding

Inleiding

            Eerst en vooral gaat het hier om het enige door Horta gebouwde huis waarvan het interieur kan worden bezocht. Dit privéwoonhuis met atelier is niet enkel emblematisch voor België en voor de art nouveau, maar is ook een van de meest bezochte musea (67.400 bezoekers vorig jaar) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het bezoekersaantal is blijven stijgen sinds de opening van het museum in 1969. Dit succes is uitsluitend te danken aan mond-aan-mondreclame en aan een adequaat algemeen beheer aangezien het museum niet beschikt over een communicatiebudget of -verantwoordelijke. Het museum verwierf dus, dankzij de kwaliteit van de architectuur, van de werken, van de restauratie en van de ontvangst, op natuurlijke wijze bekendheid. Ook de bijzonder talrijke bijdragen over het Hortahuis in boeken en in architectuurtijdschriften zijn hier niet vreemd aan.

Het in de Werelderfgoedlijst van UNESCO opgenomen gebouw is tegelijk een bijzonder dynamisch museum. Zo oogsten de kinderateliers veel bijval en zijn alle data een jaar op voorhand besproken, wat erop wijst dat het museum zijn rol van kennisdoorgever ernstig neemt.

            Naast de bescherming van het erfgoed is het in deze context ook belangrijk de allerjongsten en de humaniora- en universiteitsstudenten de kans te geven ermee kennis te maken. Bovendien draagt een waardevolle bibliotheek met meer dan 5 000 aan de art nouveau gewijde titels – een uniek gegeven in België – bij tot de uitstraling van deze bijzondere periode in de Belgische en Europese kunstgeschiedenis.

            Toch beperkt de rol van het museum zich hier niet toe en worden er naast concerten, cocktails en diners, ook tentoonstellingen georganiseerd in het kader van het Artiestenparcours van Sint-Gillis, en af en toe vormt het gebouw zelfs het decor voor een filmopname. Naast deze bijkomende activiteiten wil het Hortamuseum ook een waardige vitrine zijn voor Brussel en voor België en worden er allerlei representaties georganiseerd voor officiële personen en vips.

            Ten slotte dient hier nog vermeld dat het museum voor bijna 80% financieel autonoom is, een zeldzaam feit in België. Dankzij het geld van de toegangsbiljetten en een doeltreffend beheer, slaagt het museum erin om een groot deel van zijn kosten te dekken en zelfs om zijn verzamelingen uit te breiden.  

 

Desalniettemin,… 

 

            Ondanks het uitgebreide aanbod en het publieke en financiële succes van het museum, bleek het niet langer mogelijk dergelijke uitdagingen tot een goed einde te brengen zonder uit te breiden.

            Eerst en vooral zijn er de conservatieproblemen. De oorspronkelijke ingangsdeuren worden onophoudelijk geopend en gesloten en ook de trappenhal lijdt onder het grote aantal bezoekers. Een huis gebouwd voor zes personen kan het bezoek van meer dan 60 000 bezoekers niet ondergaan zonder eronder te lijden.

            Temeer daar elke ruimte, van de kelder tot de zolder, in beslag is genomen: de zolders en kelders dienen als reserves, de eerste verdieping van het atelier moet het gewicht dragen van meer dan anderhalve ton boeken en zelfs de dressing van Horta doet dienst als kostbare reserve. En ook de keuken, de diensttrap en de aanpalende – recent gerestaureerde – ruimten worden vandaag gebruikt als kantoren en opslagplaatsen, dit terwijl heel wat bezoekers ze zouden willen bezichtigen.

            In dergelijke omstandigheden kan het museum niet verder evolueren en kan de ontvangstcapaciteit niet worden uitgebreid. Als slachtoffer van het eigen succes loopt het gebouw het risico almaar meer beschadigd te geraken.

 

Een museum in uitbreiding

 

            Dit alles leidde tot de aanzienlijke uitbreiding van het Hortamuseum door de annexatie van het aanpalende huis (architect J. Brunfaut, 1900). De aankoop van het gebouw en zijn transformatie werden mogelijk gemaakt dankzij door Beliris verschafte fondsen. De werken werden toevertrouwd aan architectenbureau Ozon en de opening is gepland voor oktober 2016.

            Deze ruimte zal een adequatere ontvangst van de bezoekers mogelijk maken en een betere conservatie waarborgen van Horta’s woning-atelier. Door de uitbreiding kunnen alle administratieve activiteiten immers verhuizen naar de uitbreiding en wordt het mogelijk de tot nog toe niet toegankelijke ruimten in het historische monument open te stellen voor het publiek. En ook de bookshop, de bibliotheek en het documentatiecentrum krijgen een plaats in het gebouw van Brunfaut.

            De bel-etage zal onderdak bieden aan een tentoonstelling over het oeuvre van Horta. Deze uitbreiding, en in het bijzonder de tentoonstellingsruimte, zullen heel wat nieuwe mogelijkheden bieden ter bevordering van de dynamiek van het museum en op het vlak van publiekswervingen -binding.

 

Het Hortahuis: statuten 

           Het Hortamuseum is eigendom van de gemeente Sint-Gillis. De raad van bestuur van de vzw wordt voorgezeten door de burgemeester, de heer Charles Picqué. Mevrouw Françoise Aubry is de conservatrice van het museum en publiceerde talrijke werken over Horta en zijn oeuvre. Ze was tevens (samen met J. Vandenbreeden) commissaris van de tentoonstelling Europalia Horta in 1997. Het Hortamuseum beschikt ook over een buitengewoon depot van meubels en archieven van Horta dankzij de in 1991 opgerichte Stichting Jean en Renée Delhaye. Ook de Koning Boudewijnstichting heeft belangrijke stukken in bruikleen gegeven die deel uitmaakten van het oorspronkelijke interieur van de woning.