Hortamuseum

Uitdagingen

Inzetten

            De museumuitbreiding biedt buitengewone mogelijkheden die evenwel ook belangrijke bijkomende kosten met zich brengen. Jammer genoeg kan het museum, zonder de sponsoring van bedrijven of van genereuze schenkers zijn functies niet langer vervullen.  

            Het museum doet dan ook een beroep op mecenassen die steun wensen te verlenen in het kader van drie begrotingsposten:

-       de werking

-       de inrichting van het museum en van de uitbreiding

-       de organisatie van tentoonstellingen

 

1. Steun op het vlak van de museumwerking

De museumuitbreiding brengt ook nieuwe onkosten mee die het goede functioneren ervan moeten waarborgen. Enerzijds is het noodzakelijk bijkomend personeel aan te werven omwille van de nieuwe opengestelde ruimten en van de bijkomende tentoonstellingszaal. Daarenboven dient er ook onderhoudspersoneel te worden aangeworven om deze ruimten schoon te maken. Naast personeelskosten moet er evenwel ook rekening worden gehouden met het onderhoud van de elektrische installaties, de watertoevoer, het algemeen onderhoud (gebouw, alarm, lift, tuin, informaticasysteem). 

            Al deze nieuwe uitgaven, hoe triviaal ze ook lijken, zijn essentieel voor een optimale  ontvangst van de museumbezoekers. Het gaat hier zowel om het imago van het Hortamuseum als om dat van het Gewest in het algemeen, des te meer daar het overgrote aandeel van de bezoekers buitenlanders zijn.

 

2.  Steun bij de museuminrichting

            Aangezien de bezoekers het museum voortaan zullen betreden via de uitbreiding maken de voormalige vestiaire en de bookshop plaats voor een specifiek aan het museum en zijn restauratie gewijde ruimte. Hier wordt ook aandacht besteed aan het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) en de recente restauratie ervan door Barbara Van der Wee.

            De bezoekers kunnen in deze ruimte twee indrukwekkende maquettes van deze twee bouwwerken bewonderen. Verklarende panelen en vlakke schermen zullen er de nodige uitleg bij verstrekken.

            Daarenboven zijn ook andere verbouwingswerken noodzakelijk en realiseerbaar. Zo dienen de via de diensttrap toegankelijke ruimten, die tot nog toe dienstdeden als kantoren, evenals de bediendenkamers  te worden gerestaureerd en opgewaardeerd aangezien ze binnenkort worden opengesteld voor het publiek. 

            Tot slot lijkt het ook aangewezen om, met het oog op liefhebbers van design, een beroep te doen op gereputeerde ontwerpers om de uitbreiding te voorzien van kwaliteitsvolle verlichting en meubilering. De uitbreiding heeft ook tot taak de dialoog te stimuleren tussen het werk van Horta en dat van hedendaagse ontwerpers. 

 3. Steun bij de organisatie van tentoonstellingen 

Als een van de koplopers van de art nouveau is Horta’s oeuvre omvangrijk en veelzijdig. De tentoonstelling op de bel-etage van de nieuwe ruimte zal zich toespitsen op twee thema’s: zijn leven en zijn kunst.    

            Vandaag maakt het museum het mogelijk de kunst van Horta zintuigelijk te beleven, een tweede stap bestaat erin de bezoekers te helpen om het werk van de architect te begrijpen. Deze nieuwe ruimte moet dan ook fungeren als een aanvulling op het museumbezoek door informatie te verstrekken over de talrijke domeinen waarin Horta actief was (meubelontwerp, glas-in-loodramen, decoratieve schilderkunst, verlichting,…). Dankzij tactiele tafels, een maquette, projecties, 3D-reconstructies, films en foto’s zal de nieuwsgierigheid van de bezoeker worden geprikkeld tijdens zijn bezoek aan dit opmerkelijke huis.

            Het is belangrijk om de bezoeker feitenmateriaal te verstrekken. Er worden dus weinig oorspronkelijke elementen tentoongesteld aangezien er vooral via de beschikbare media kennis wordt gemaakt met de grondbeginselen die in zijn architectuur vormkrijgen. Een bezoek aan deze tentoonstelling reikt de bezoeker sleutels aan om de schoonheid van het huis en de plaats ervan in de geschiedenis van de art nouveau beter te begrijpen.  

            Deze tentoonstelling zal een semipermanent karakter hebben. Ze zal het hele jaar lang tussen andere tijdelijke tentoonstellingen in te bezichtigen zijn. Voor 2017 liggen er, ter studie, reeds twee tentoonstellingsprojecten op tafel. De ene zal gewijd zijn aan schilderijen en tekeningen van Henry Van de Velde en de andere aan een hedendaagse Poolse keramist. De conservatrice wenst tentoonstellingen over belangrijke tijdgenoten van Horta af te wisselen met exposities over artisanale kunst, ambachten en hedendaags design om zo bruggen te slaan tussen het œuvre van Horta en onze tijd. Of er tentoonstellingen kunnen worden georganiseerd of niet, zal welteverstaan afhangen van de middelen waarover het museum zal kunnen beschikken: vandaar het belang van een semipermanente tentoonstelling.

            Deze ruimte werd ten andere zo flexibel mogelijk opgevat opdat er ook probleemloos conferenties, concerten of zelfs bedrijfsseminaries zouden kunnen plaatsvinden. Zo is er een groot in de muur verwerkt scherm voorzien en worden er stoelen en voorzieningen voor koffie en thee ter beschikking gesteld.